LETTERS IN STEEN EN PORTUGAL

WELKOM - SEJA BEM-VINDO

Van Jeroen Boudens leerde ik letters in steen verwerken. Muziek bracht mij naar Portugal waar ik verliefd werd op het land, zijn inwoners en fado. Van deze passies heb ik een cocktail gemaakt, met behoorlijk wat muziek toegevoegd. Welkom op deze blog waar je hopelijk ook jouw ding vindt.

Jeroen Boudens ensinou-me a escultura das letras em pedra. A música trouxe me a Portugal onde apaixonei-me pelo paÍs, pelos habitantes e pelo fado. Destas paixões fiz um cocktail, colocando bastante música. Seja bem-vindo neste blog e espero que vá gostar. (Sou belga, então peço desculpa por erros de tradução)

24 jun. 2017

TITO PARIS IS NA 15 JAAR TERUG MET EEN NIEUWE PLAAT
APÓS 15 ANOS TITO PARIS REGRESSA COM NOVO ÁLBUM
Na 15 jaar zonder een plaat met nieuwe nummers is de Kaapverdische zanger en componist terug met een nieuwe plaat, ‘Mim ê Bô’. De artiest verklaart het hiaat in de opnames door een overvolle agenda en de vele concerten in verschillende landen. “Eigenlijk was ik 15 jaar bezig met het promoten van mijn muziek en het bouwen van een brug tussen de kaapverdische muziek en de wereld”. Tito argumenteert dat het niet nodig om elk jaar een nieuwe CD uit te brengen om een groot artiest te zijn: “Een plaat is een kunstwerk. Het is een werk dat de tijd doorstaat lang na het leven van zijn auteur”.
Após 15 anos sem editar um álbum de originais o cantor e compositor cabo-verdiano está de volta com um novo álbum: ‘Mim ê Bô’. O artista explica que o hiato nas gravações deve-se a uma agenda cheia e muitos concertos em vários países: “Estive na verdade 15 anos a promover a minha música e a fazer uma ponte entre a música cabo-verdiana e o mundo. Tito argumenta que não é preciso gravar um CD novo por ano para ser um grande artista: “Um disco é uma obra de arte. É um trabalho que fica para lá do tempo de vida do seu autor”.

In 1980, op zijn zeventiende, trok Tito Paris naar Lissabon, op vraag van Bana, een andere grote naam uit de muziek van Cabo Verde. Hij speelde 4 jaar in diens groep en begon toen aan een solo carrièrre die van hem één van de bekendste Kaapverdische muzikanten van Lissabon maakte. Hij bracht in 1987 zijn eerste plaat uit, waarvan hij ook producer was, en in de loop der jaren werkte hij met veel verschillende artiesten zoals o.a. Mariza, Paulo de Carvalho, Rui Veloso, Sérgio Godinho, de braziliaan Roberto Leal en Paulo Flores uit Angola. Over de meerwaarde hiervan zegt hij dit: “Vooraleer iemand ooit sprak van Lusofonie, verenigde de muziek reeds de portugees sprekende wereld”. In april laatstleden werd hij door president Marcelo Rebelo de Sousa bekroond met de graad van Commandeur in de Orde van Verdienste, voor diens staatsbezoek aan Kaapverdië.
Em 1980, aos dezanove anos de idade, Tito Paris foi viver para Lisboa, a pedido de Bana, outro nome sonante da música de Cabo Verde. Tocou durante quatro anos no agrupamento dele e a seguir começou uma carreira em nome próprio, tornando-se um dos músicos cabo-verdianos mais conhecidos de Lisboa. Lançou e produziu o seu primeiro álbum em 1987 e ao longo dos anos atuou com vários artistas tão diferentes como Mariza, Paulo de Carvalho, Rui Veloso, Sérgio Godinho, o brasilieiro Roberto Leal e Paulo Flores de Angola, entre outros. Sobre o mais valia disso ele diz: “Antes de alguém falar de Lusofonia, já a música juntava o mundo que fala português”. Em abril foi condecorado com o grau de Comendador da Ordem do Mérito pelo Presidente Marcelo Rebelo de Sousa, antes da visita de Estado a Cabo Verde.
Tito Paris verklaart de titel van de plaat ‘Mim Ê Bô’ als volgt: “Het betekent ‘ik ben jij’. Enkele vrienden van mij vroegen steeds opnieuw naar de nieuwe plaat. ‘Wanner ga je opnemen, Tito? Wanneer komt die uit?’. En één van mijn vrienden zei op een bepaald ogenblik: ‘Ik wacht zolang als jij het wil, want ‘mi ê bô’. Ik ben jij…. Als Kaapverdianen vrienden zijn hebben ze zoiets van: ik ben jij, wat jij hebt, dat heb ik ook, dus ‘mi ê bô’ “.
Tito Paris explica assim o título do disco 'Mim Ê Bô': “Quer dizer ‘eu sou tu’. Tenho uns amigos meus que estavam sempre a perguntar pelo novo álbum. ‘Quando é que gravas, Tito? Quando é que sai?’. E um dos meus amigos a dada altura disse-me assim: ‘Espero o tempo que você quiser, porque mi ê bô’. Eu sou tu…. Os cabo-verdianos quando são amigos, têm isto: eu sou tu, se tu tens, eu também tenho, então, ‘mi ê bô’ ”.

Aan de plaat werkte ook de voormelde Bana mee, kort voor het overlijden van deze ‘koning van de morna’ in 2013. “In 2012 nodigde ik hem uit om met mij een morna nummer te zingen dat hij jaren voordien al op plaat had gezet, onder de titel ‘Resposta de Segredo do Mar’, een compositie uit 1932 van B.Leza. Bana hield niet van samenwerkingen, maar nam deze aan, omdat het erg moeilijk viel. Dus namen we dit op tijdens zijn verblijf buiten het ziekenhuis. Enkele dagen later keerde hij terug naar de kliniek en kwam er niet meer uit. Het is het laatste nummer dat hij inzong. Dit betekent heel veel voor mij. Bana zong morna als geen ander, hij was de Kaapverdische Nat King Cole.”
Este disco tem participação especial do mencionado Bana, pouco antes este ‘rei da morna’ falecer em 2013. “Em 2012, convidei-o para cantar comigo uma morna que ele já tinha gravado há muitos anos, chamada ‘Resposta de Segredo do Mar’, e que era uma composição original do B.Leza de 1932. O Bana não gostava de fazer colaborações, mas aceitou esta – porque era muito difícil. Então gravámos isto na sua última saída do hospital. Uns dias depois, voltou à clínica e já não saiu. Foi a última música que ele cantou. Isso é uma coisa especial para mim. O Bana cantava morna como ninguém, era o Nat King Cole cabo-verdiano.”

Er is ook een samenwerking met de Portugese rapper Boss AC (in het nummer Bô) en met de Braziliaan Zeca Baleiro (voor de song Santiago Amor). Boss AC is zoon van Kaapverdische ouders, zijn moeder is de actrice en morna zangeres Ana Firmino. Tito Paris leerde Zeca Beleiro kennen in São Vincente en ze bleven vrienden.
Também há uma colaboração com o rapper português Boss AC (no tema Bô) e o brasileiro Zeca Baleiro (no tema Santiago Amor). Boss AC é filho de pais cabo-verdianos, a sua mãe é a atriz e cantora de morna Ana Firmino. Tito Paris conheceu Zeca Baleiro em São Vicente onde tocaram juntos e ficaram amigos.

U kan hier vier nieuwe nummers horen - Pode ouvir aqui quatro faixas inéditas.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen