ODE VAN DE ZEE – ODE MARÍTIMA
Op diverse plaatsen langs de Belgische kust werden een aantal verzen uit de ‘Ode Marítima’ van Fernando Pessoa (1888-1935) in blauwsteen vereeuwigd. Dit gebeurde in het kader van het project ‘De waarheid over de zee’, in 2004. Pessoa, die als één der grootste dichters in het Portugese taalgebied wordt beschouwd, schreef dit werk onder het pseudoniem Álvaro de Campos in 1915. In dijken en op staketsels van De Panne tot Knokke kan je 38 fragmenten terugvinden. De vertaling is van August Willemsen, die zich heeft toegelegd op de volledige vertaling van het oeuvre van Pessoa.

Em diversos lugares, no dique ao longe da costa belga, foram eternizados, em pedra azul, vários fragmentos da ‘Ode Marítima’ de Fernando Pessoa (1888-1935). Isto foi feito no âmbito do projecto ‘A verdade sobre o mar’, em 2004. Pessoa, considerado um dos maiores poetas da língua portuguesa, escreveu a obra em 1915 sob o pseudónimo de Álvaro Campos. No dique e em paliçadas de De Panne até Knokke encontram-se 38 fragmentos. O texto em neerlandês é de autoria de August Willemsen, que se ocupou da tradução da obra completa de Pessoa.
Ode van de Zee Alleen, op de verlaten kade, op deze zomermorgen, Kijk ik in de richting van de ree, kijk ik naar het Onbegrensde, Kijk ik, en zie met welgevallen hoe, Klein, zwart en duidelijk, een pakketboot binnenvaart. Hij nadert, heel veraf nog, scherp omlijnd, klassiek op zijn manier. Achter zich in de verre lucht laat hij zijn ijle schreef van rook. Hij komt binnen, en de morgen komt mee binnen, en het zeeleven ontwaakt Hier, daar, op de rivier Zeilen worden gehesen, sleepboten stomen op, Sloepen verschijnen van achter de schepen in de haven. Er staat een vage bries. Maar mijn ziel behoort aan wat ik minder zie, Aan de pakketboot die binnenkomt, Want die behoort de Verte, behoort de Morgen, De maritieme inhoud van dit Ogenblik, De zoete pijn die in mij opwelt als een misselijkheid, Als een begin van zeeziekte maar in de geest. | Ode Marítima Sózinho, no cais deserto, a esta manhã de verão, Ólho pró lado da barra, ólho pró Indefinido, Ólho e contenta-me vêr, Pequeno, negro e claro, um paquete entrando. Vem muito longe, nítido, clássico à sua maneira. Deixa no ar distante atrás de si a orla vã do seu fumo. Vem entrando, e a manhã entra com êle, e no rio, Aqui, acolá, acorda a vida marítima, Erguem-se velas, avançam rebocadores, Surgem barcos pequenos de trás dos navios que estão no porto. Ha uma vaga brisa. Mas a minh'alma está com o que vejo menos, Com o paquete que entra, Porque êle está com a Distância, com a Manhã, Com o sentido marítimo desta Hora, Com a doçura dolorosa que sobe em mim como uma náusea, Como um começar a enjoar, mas no espírito. |
Geen opmerkingen:
Een reactie posten