LETTERS IN STEEN EN PORTUGAL

WELKOM - SEJA BEM-VINDO

Van Jeroen Boudens leerde ik letters in steen verwerken. Muziek bracht mij naar Portugal waar ik verliefd werd op het land, zijn inwoners en fado. Van deze passies heb ik een cocktail gemaakt, met behoorlijk wat muziek toegevoegd. Welkom op deze blog waar je hopelijk ook jouw ding vindt.

Jeroen Boudens ensinou-me a escultura das letras em pedra. A música trouxe me a Portugal onde apaixonei-me pelo paÍs, pelos habitantes e pelo fado. Destas paixões fiz um cocktail, colocando bastante música. Seja bem-vindo neste blog e espero que vá gostar. (Sou belga, então peço desculpa por erros de tradução)

19 mei 2015

Verrassende links tussen Belgische strips en Portugal
Laços surpreendentes entre a BD belga e Portugal

Recent verscheen in het Portugese tijdschrift Observador een interessant artikel omtrent stripverhalen in België. Het fragment omtrent het verband tussen de Belgisch strip en Portugal interesseerde me uiteraard meer bepaald. Dit is een stukje uit het artikel.
Recentemente foi puclibado na revista portuguesa Observador um artigo interessante sobre a banda desenhada na Bélgica. Naturalmente fiquei bastante interessado na parte sobre laços entre a BD belga e Portugal. Este é um extrato do artigo.

          & & & & 

“Duizend bommen en granaten! Die Belgen zijn gek van stripverhalen. Hoe komt het dat Brussel hoofdstad van de strip is? We gaan ons onderdompelen in deze unieke stad der comics en verrassende verbanden ontdekken tussen het Belgisch stripverhaal en Portugal.
“Com mil raios e trovões! Estes belgas são loucos por banda desenhada. Porque é que Bruxelas é a capital da banda desenhada? Vamos mergulhar na única cidade do mundo aos quadradinhos. E descobrir laços surpreendentes entre a BD belga e Portugal.

Portugal, inspiratiebron van het Belgisch stripverhaal
Portugal, fonte de inspiração da BD belga
Eigenaardig genoeg zijn er verschillende voorbeelden die de aantrekkingskracht aantonen van de Portugezen, hun cultuur en geschiedenis op de Belgische strip. Schijnbaar onwaarschijnlijk maar Portugal is een bron van inspiratie gebleken. En dit komt niet alleen door het personage Oliveira da Figueira dat in verschillende albums van Kuifje verschijnt: een straatventer, beetje opschepperig, die overal ter wereld prullen aan de man brengt en model staat voor de pientere Portugees.
Curiosamente, são vários os exemplos que demonstram a atração da banda desenhada belga pelos portugueses, a sua cultura e a sua história. Aparentemente improvável, Portugal constitui fonte de inspiração. E não é só por causa da personagem de Oliveira da Figueira que aparece em vários álbuns do Tintim: um vendedor ambulante um pouco fanfarrão, que vende toda a espécie de bugigangas em qualquer parte do mundo, e que representa o português espertalhão.


Meer recent, in 1996, brengt Jean-Philippe Stassen ‘Louis le Portugais’ uit, een verhaal over een internationaal gezelschap van immigranten dat zich afspeelt in enkele grijze voorsteden, zonder perspectieven, in een milieu van ellende en miserie. Een andere referentie, Jean Van Hamme, co-auteur van de serie ‘Lady S’, werd bekoord door de Portugese hoofdstad en (met Philippe Aymond) situeert hij de aflervering ‘Salade Portugaise’ in Lissabon, een avontuur vol spanning en actie dat de CIA, terroristen en achtervolgingen impliceert.
Mais recentemente, em 1996, Jean-Philippe Stassen publica ‘Louis le Portugais’, uma história sobre um grupo de imigrantes de diversas nacionalidades que decorre nuns subúrbios tristes, sem perspetivas, num ambiente de miséria e pobreza. Outra referência, Jean Van Hamme, coautor da série ‘Lady S’, foi seduzido pela capital portuguesa e (com Philippe Aymond) encena em Lisboa o capítulo “Salade Portugaise”, uma aventura com suspense e ação que envolve a CIA, terroristas e perseguições.
Èric Lambé

‘Ophélie et le Directeur des Ressources Humaines’, het werk van Éric Lambé situeert zich in een experimenteel en poëtisch kader, een verhaal geïnspireerd op de figuur Fernando Pessoa, maar met Brussel als achtergrond. Prozaïscher is de samenwerking van Frédéric Jannin en Liberski met de familie Niepoort, wijnproducenten van de Douro, waarvoor ze etiketten maakten met stroken uit stripboeken. Dit zijn maar enkele voorbeelden.
Frédéric Jannin + Liberski
Num registo experimental e poético surge a obra de Éric Lambé ‘Ophélie et le Directeur des Ressources Humaines’, uma deambulação inspirada na personalidade de Fernando Pessoa, mas com Bruxelas como pano de fundo. Mais prosaica é a colaboração de Frédéric Jannin e Liberski com a família Niepoort, de produtores de vinho do Douro, para quem realizaram rótulos com tiras de banda desenhada. São alguns exemplos.

Maar wat in Portugal trekt de Belgische auteurs dan zo aan? Zijn er trekken bij de portugezen, in hun persoonlijkheid of cultuur, die bijzonder goed passen in de tekeningen? Naast de affectieve relaties die elke auteur kan hebben met Portugal, zijn er andere motieven die deze interesse  verklaren. Neem nu Jean Van Hamme, die verschillende keren Portugal bezocht en wiens familie banden heeft met het land. Hij legt uit aan Observer: “Lissabon en zijn steile heuvels zijn zeer visueel en passen bijzonder goed in een scenario van een stripverhaal.
Jean Van Hamme - Philippe Aymond
Mas afinal que tem Portugal que atrai autores de BD belga? Há traços dos portugueses, da sua personalidade ou cultura, que se enquadrem particularmente bem nos quadradinhos? Para além das relações afetivas que cada autor possa ter com Portugal, há motivos que justificam o interesse. Por exemplo, Jean Van Hamme que já visitou muitas vezes Portugal e cuja família tem vários laços com o país, explica ao Observador: “Lisboa e as suas colinas abruptas são muito visuais e encaixam particularmente bem num cenário de banda desenhada”.

Willem de Graeve van het Belgisch Stripcentrum (voorheen het Belgisch Centrum voor het Beeldverhaal) bevestigt: “Portugal heeft een goed imago in België. Veel Belgen gaan naar Portugal en er is een belangrijke Portugese gemeenschap in België. Geen wonder dat dit reflecteert in het stripverhaal. En ook het omgekeerde is waar. Veel strips werden al snel vertaald in het Portugees. Portugal had een traditie van striptijdschriften met Portugese schrijvers, maar ook met Noord-Amerikaanse en Belgische strips, vertaald in het Portugees.
Já Willem de Graeve, do Centro Belga de Banda Desenhada, garante: “Portugal tem uma boa imagem na Bélgica. Há muitos belgas que vão a Portugal e há uma importante comunidade de portugueses na Bélgica. Não é de admirar que isso se reflita na banda desenhada. E o contrário também é verdade. Muitas bandas desenhadas foram rapidamente traduzidas em português. Portugal teve uma tradição de magazines BD com autores portugueses, mas também de bandas desenhadas norte americanas e belgas traduzidas em português.

Frédéric Niffle, directeur van Spirou: “de strip heeft altijd veel gereisd omdat het noodzakelijk is ver te gaan op zoek naar avontuur. Ik denk niet dat Portugal meer aan bod is gekomen dan Amerika, Italië of Engeland bijvoorbeeld. Maar als Europees land, in de buurt van de wieg van het Frans-Belgische stripverhaal, is het normaal dat de auteurs hun helden daarheen stuurden, vooral in functie van variatie van scenario's.
Para o diretor de Spirou, Frédéric Niffle, “a banda desenhada sempre viajou muito porque é necessário ir longe para encontrar a aventura. Não creio que Portugal tenha sido mais abordado do que a América, a Itália ou a Inglaterra, por exemplo. Mas como se trata de um país europeu e próximo do berço da banda desenhada franco-belga, é normal que os autores pensem em ‘enviar’ para lá os seus heróis, sobretudo para variar os cenários”.

Uiteraard is aan de andere kant ook de Portugese strip door de Belgische productie geïnspireerd. Emblematisch in dit verband is ‘Neve Carbónica’ van Gonçalo Garcia dat doet denken aan de serie ‘Zwartkijken’ (Idées Noires) van Franquin. Bovendien was het Belgisch Stripcentrum actief bezig met het versterken van de relaties tussen de twee landen. Zo stelde het in 2011 het origineel ten toon van ‘A Pior Banda do Mundo’ van José Carlos Fernandes. In oktober vorig jaar ging het Stripcentrum op ‘verplaatsing’ naar Portugal voor een herdenkingstentoonstelling omtrent de 25ste verjaardag van de instelling. Ondertussen onderhouden  het Belgisch centrum en de Bedeteca da Amadora contacten met als doel de toegang tot het wederzijdse erfgoed voor het publiek te vereenvoudigen.”
Clara que, ao invés, também a banda desenhada lusa se inspirou na herança belga. O caso de “Neve Carbónica” de Gonçalo Garcia lembrando as “Ideias Negras” de Franquin é emblemático. De resto, o Centro Belga de Banda Desenhada tem-se empenhado em reforçar as relações entre os dois países. Em 2011, promoveu nas suas instalações a exposição dos originais da obra ‘A Pior Banda do Mundo’, de José Carlos Fernandes. Em Outubro do ano passado foi a vez do CBBD se “deslocar” a Portugal para organizar uma exposição de BD comemorativa dos 25 anos da instituição. Entretanto, o Centro Belga e a Bedeteca da Amadora mantêm contactos com o objetivo de facilitar o acesso ao público dos respetivos espólios.”

Het volledige artikel  -   O artigo completo:
observador.pt/2015/05/16/com-mil-raios-e-trovoes-estes-belgas-sao-loucos-por-banda-desenhada

1 mei 2015

NAMASTÉ, STEEN EN TINA TURNER
NAMASTÉ, PEDRA E TINA TURNER 
Deze steen zag ik vorige zomer op de beeldenroute in Lissewege. De inhoud en prachtige uitvoering bekoorden mij ten zeerste. De naam van de artiest moet ik u echter schuldig blijven.
No verão do ano passado vi esta pedra na Rota de Escultura em Lissewege. Fiquei encantado com o conteúdo e com a beleza da escultura. No entanto, não sei quem foi o artista desta obra.

Namasté is een begroeting uit de Indische en Nepalese culturen in Zuid-Azië en wordt gebruikt door hindoes, sikhs, jaïnisten en boeddhisten. Het woord heeft zijn oorsprong in het sanskriet en wordt uitgesproken bij het begin van een ontmoeting, met de handen voor zich gevouwen op de borst en met een lichte buiging.
Namasté é um cumprimento das culturas indianas e nepalesas no Sul da Ásia, utilizada por hindus, sikhs, jainistas e budistas. A palavra provém do sânscrito e é dita no início de uma comunicação, com as mãos juntas em frente ao tórax e com uma ligeira curvatura.

Namasté betekent letterlijk ‘ik buig voor jou’. Het woord of gebaar (mantra of mudra) is de uitdrukking van diep respect en bedoelt dat iedereen voortkomt uit dezelfde essentie, dezelfde energie, hetzelfde universum zodat het woord en de beweging een zeer intense vredesdrang bevatten.
Namasté significa literalmente ‘curvo-me perante a ti’. A palavra ou o gesto (mantra ou mudra) expressam um grande sentimento de respeito, invocam a percepção de que todos indivíduos compartilham da mesma essência, da mesma energia, do mesmo universo, portanto o termo e a ação possuem uma força pacificadora muito intensa.

Weinigen weten dat de bekende zangeres Tina Turner zich al een hele tijd terug bekeerde tot het boedhhisme en recent bedankte ze met een ‘namasté’ de 3 miljoen views van ‘Sarvesham Svastir Bhavatu’ op Youtube (een vredesmantra uit haar album ‘Children Beyond’).
Poucos sabem que -já há muito tempo- a cantora famosa Tina Turner converteu-se ao Budismo e recentemente agradeceu com um ‘namasté’ os 3 milhões views de ‘Sarvesham Svastir Bhavatu’ no Youtube (um mantra-paz do seu álbum ‘Children Beyond’).

11 apr. 2015

DOCHTERLIEF IS VERHUISD
A QUERIDA FILHA MUDOU DE CASA
Met veel plezier een steentje gemaakt voor haar en Tim.
Então, com muito prazer esculpei uma pedrinha para ela e o Tim.





Aangepast muziekje: Caught Up In You van 38 Special kwam uit in Sarah's geboortejaar...
Uma música adaptada: Caught Up In You dos 38 Special surgiu no ano de nascimento da Sarah...

3 apr. 2015

MANOEL DE OLIVEIRA, OUDSTE ACTIEVE CINEAST TER WERELD, OVERLEDEN
MORREU MANOEL DE OLIVEIRA, O CINEASTA MAIS VELHO DO MUNDO AINDA NO ATIVO
We hebben de grootmeester verloren. De cineast overleed donderdag, 106 jaar oud. Hij werd beschouwd als een genie van de zevende kunst, gerespecteerd in Portugal en ver daarbuiten. Hij werkte tot het einde met een energie die onuitputtelijk leek. Manoel de Oliveira maakte 33 speelfilms en enkele kortfilms. Hij werd geprezen door de internationale en nationale critici.
Perdemos o mestre. Cineasta faleceu esta quinta-feira aos 106 anos. Era considerado um génio da sétima arte, respeitado aqui e além-fronteiras. Trabalhou até ao fim com uma energia que parecia inesgotável. Manoel de Oliveira deixou 33 longas-metragens e algumas curtas. Foi aclamado pela crítica internacional e nacional.

Oliveira werd geboren in Cedofeita, een district in Porto, in een familie uit de hogere klasse, behorend tot de lagere adel. Als jonge man ging hij naar Galicië, waar hij school liep op een jezuïetencollege. Hij deed aan atletiek en was nationaal kampioen polsstokspringen als atleet van Sport Club do Porto, een elitaire club. Na zijn interesse voor autosport, gecombineerd met een bohemer bestaan, werd hij al vroeg gebeten door de filmmicrobe.
Oliveira nasceu na freguesia de Cedofeita  na cidade do Porto, no seio de uma família da alta burguesia nortenha, com origens na pequena fidalguia. Ainda jovem foi para a Galiza, onde frequentou um colégio de jesuítas. Dedicou-se ao atletismo, tendo sido campeão nacional de salto à vara e atleta do Sport Club do Porto, um clube de elite. Ainda antes dos filmes veio o automobilismo e a vida boémia, mas cedo é mordido pelo bichinho do cinema.

Op zijn twintigste trekt hij naar de toneelschool die werd opgericht in Porto door Rino Lupo, de aldaar gevestigde Italiaanse filmmaker en één van de pioniers van de Portugese cinema. ‘Berlijn - Symfonie van een Grote Stad’, een avant-garde documentaire van Walther Ruttmann, heeft een diepe invloed op Oliveira. Dan maakt hij zijn eerste film, ‘Douro, Faina Fluvial’, een documentaire die in Lissabon in première gaat voor een internationaal publiek van critici, die in Portugal waren op een congres georganiseerd door Antonio Ferro.
Aos vinte anos vai para a escola de atores fundada no Porto por Rino Lupo, o cineasta italiano ali radicado, um dos pioneiros do cinema português de ficção. ‘Berlim: sinfonia de uma cidade’, um documentário vanguardista de Walther Ruttmann, influencia-o profundamente. É então que roda o seu primeiro filme, ‘Douro, Faina Fluvial’, um documentário estreado em Lisboa perante uma plateia de críticos internacionais que estavam em Portugal a participar num congresso organizado por António Ferro.

Het werk van Manoel de Oliveira wordt  gekenmerkt door twee tegengestelde tendensen. In alle films die hij maakte voor 1964, kort- en langspeelfilms, overheerst de pure cinematografische stijl, zonder dialogen of langdradige monologen. ‘O Acto da Primavera’ (1963) is de eerste film van Oliveira waarin het theatrale ook een filmstijl wordt, gevolgd door ‘O Passado e o Presente’ (1972). Het is in verband met deze film dat Oliveira de theorie uitlegt, zichzelf in de praktijk tegensprekende: “Als toneelmatige kunst is theater veel nobeler en ouder dan cinema en dat is waarom het woord de bovenhand moet nemen.
A obra de Manoel de Oliveira é marcada por duas tendências opostas presentes em toda a sua filmografia. Em todos os filmes que realizou antes de 1964, curtas e longas-metragens, predomina um estilo cinematográfico puro, sem diálogos ou monólogos palavrosos. ‘O Acto da Primavera’ (1963) é o primeiro filme de Oliveira em que o teatro filmado se torna uma opção e um estilo. ‘O Passado e o Presente’ (1972) será o segundo. Contradizendo-se na prática, é a propósito deste filme que Oliveira explica em teoria: ‘Enquanto arte cénica, o teatro é bem mais nobre e muitíssimo mais antigo do que o cinema e é por isso que este se deve submeter à palavra’.

Commandeur (1980) en Ridder van het Grootkruis (1988) in de Militaire Orde van Sint Jacob van het Zwaard, stond Manoel de Oliveira ook hoog aangeschreven in Frankrijk, het land dat hem misschien wel het meest koesterde. Vorig jaar ontving hij van president François Hollande de titel van Grootofficier in het Legioen van Eer, een onderscheiding die door de Franse regering wordt toegekend aan persoonlijkheden van nationaal belang.
Comendador da Ordem Militar de Sant'Iago da Espada (1980) e cavaleiro da Grã-Cruz da Ordem Militar de Sant'Iago da Espada (1988), Manoel de Oliveira foi também muito aclamado em França, o país que talvez mais o admirava. No ano passado, recebeu das mãos do presidente François Hollande o título de Grande Oficial da Legião de Honra, comenda atribuída pelo Governo de França às personalidades influentes no cenário global ligadas ao país.

De belangrijkste films van Manoel de Oliveira zijn:  ‘Aniki-Bobó’ (1948), ‘Benilde ou a Virgem Mãe’ (1974), ‘Non, ou Vã Glória de Mandar’ (1990), ‘Vale Abraão’ (1993), ‘O Estranho Caso de Angélica’ (2010) en ‘O Gebo e a Sombra’ (2012), naast veel andere van zijn meesterwerken. De laatste film die de cineast maakte was de kortfilm ‘O velho do Restelo’, een reflectie over de mensheid, die uitkwam vorig jaar in december, ter gelegenheid van zijn 106de verjaardag.

São da autoria de Manoel de Oliveira filmes tão importantes como ‘Aniki-Bobó’ (1948), ‘Benilde ou a Virgem Mãe’ (1974), ‘Non, ou Vã Glória de Mandar’ (1990), ‘Vale Abraão’ (1993), ‘O Estranho Caso de Angélica’ (2010) ou ‘O Gebo e a Sombra’ (2012), entre muitos outros filmes de grande mestria. O último filme do cineasta foi a curta-metragem ‘O velho do Restelo’, uma reflexão sobre a humanidade, estreada em dezembro passado, por ocasião do seu 106º aniversário.
          

30 mrt. 2015

CINEAST PEDRO COSTA ARTIEST IN FOCUS IN GENT
CINEASTA PEDRO COSTA É ARTISTA EM FOCO EM GANTE
De Portugese cineast Pedro Costa is artiest in focus op het filmfestival Courtisane in Gent, van 1 tot 5 april.
O cineasta Português Pedro Costa é o artista em destaque no festival de cinema Courtisane em Gante(Bélgica), dia 1 a 5 de abril.

We maken films op volle zee”, zegt Pedro Costa. “Aangezien er geen wetboek voorhanden is, werken we in gitzwarte regionen, ook bekend als het geheugen, de herinnering.” Zonder vastgelegde structuren om op te steunen en met weinig zekerheden om op terug te vallen, behelst het werk van Pedro Costa een continue arbeid van experimenteren en documenteren.
Fazemos filmes em alto mar”, diz Pedro Costa. “Uma vez que não há nenhum código disponível, trabalhamos em zonas de cor negra azeviche, também conhecidas como a memória, a lembrança.” Sem estruturas de apoio e poucas certezas com que pode contar, a obra de Pedro Costa envolve um trabalho contínuo de experimentar e documentar.

Sinds Costa zich voor het eerst in Fontaínhas, een wijk in de periferie van Lissabon, begaf, maakte hij het zijn levenswerk om de levens van de inwoners, velen onder hen immigranten uit Kaapverdië, te documenteren. Costa valt niet terug op de traditionele procedures van de documentaire film die zich tot doel stellen de ellendige toestand waarin de wereld verkeert (aan) te tonen en exploitatie bloot te leggen.
Desde que Costa foi pela primeira vez em Fontaínhas, um subúrbio nos arredores de Lisboa, tornou a documentação das vidas dos habitantes, muitos deles imigrantes de Cabo Verde, a obra da sua vida. Costa não recorre aos processos tradicionais do documentário, que têm como objetivo mostrar (demonstrar) o estado miserável do mundo e a exploração.

In plaats daarvan is zijn werk het resultaat van een nauwgezet constructieproces dat vertrekt vanuit de brokstukken van verbeelding die tevoorschijn komen uit het geheugen van de acteurs en die hij vormgeeft doorheen het prisma van zijn eigen herinneringen aan de geschiedenis van de cinema. Deze herinneringen zijn de bouwstenen van een unieke filmische wereld, waarin een diepgaande intimiteit gepaard gaat met een ontzagwekkende schoonheid en een grote resonantie.
Em vez disso, o seu trabalho é o resultado de um processo de construção rigoroso que parte dos restos de imaginação que surgem da memória dos atores e aos quais dá forma através do prisma das suas próprias memórias da história do cinema. Essas lembranças são os blocos de construção de um mundo cinematográfico único, em que uma profunda intimidade associa-se a uma beleza imponente e grande ressonância.

De overweldigende kracht van deze films is ongetwijfeld te danken aan het verlangen, het geduld en de toewijding waarmee ze werden gemaakt. En het is deze zorgzaamheid die de poëtische mogelijkheden ontsluit van de ruimtes waarin geleefd wordt en de woorden die doorleefd worden, hetgeen de ge(re)presenteerde levens de grootsheid en waardigheid geeft die hen doorgaans ontzegd wordt. Deze epische dimensie van tragedie en opoffering die de kern uitmaakt van het in ballingschap leven of een van zichzelf vervreemd zijn, wordt bij uitstek belichaamd door de figuur van Ventura.
O poder esmagador destes filmes sem dúvida deve-se ao desejo, à paciência e à dedicação com que foram feitos. E é este carinho que abre as possibilidades poéticas dos espaços em que se vive e das palavras que são vividas, o que dá às vidas apresentadas a grandeza e a dignidade que lhes normalmente é negada. Esta dimensão épica de tragédia e de sacrifício, que é a essência da vida no exílio ou da auto-alienação, está incorporada por excelência na figura de Ventura.

Hij is de majestueuze zwerver – ergens tussen Oedipus en King Lear, Tom Joad en Ethan Edwards – die zowel het hoofdpersonage is van ‘Juventude em Marcha’ als van Costa’s nieuwe film ‘Cavalo Dinheiro’. Ventura’s overpeinzingen over verloren krachtmetingen en gewelddadige ervaringen tonen een onrust die zich misschien wel laat verbinden met de onze. De demonen van je geschiedenis bevechten gaat niet enkel over ontwrichting en falen: het kan ook een manier zijn om op een andere manier aanspraak te maken op je eigen leven, het te herdenken – wat reeds kan gezien worden als een daad van transformatie. Zoals een dichter ooit schreef: “Auch noch Verlieren ist unser”.

Ele é o vagabundo majestoso -algures entre Édipo e Rei Lear, Tom Joad e Ethan Edwards- que é tanto o personagem principal de  ‘Juventude em Marcha’ como do novo filme de Costa ‘Cavalo Dinheiro’. Os contemplações de Ventura sobre confrontos perdidos e experiências violentas mostram uma inquietação que talvez se ligue à nossa. Combater os demónios da sua história não trata apenas de perturbação e de fracasso: também pode ser uma forma de reivindicar a própria vida de uma maneira diferente, pensar nela de novo - o que já pode ser considerado um ato de transformação. É como um poeta já escreveu: “Auch noch verlieren ist unser” (‘Perder também é nosso’).